Pacifico

KAPEREN

November 14, 2012 at 2:36 PM

KAPEREN
 
kreetje:

Wat deden Jan, Pier en Tjoris eigenlijk?
 
 
Misschien kunt u zich het lied nog wel herinneren. Het was een piratensong over een stelletje ruige kaapvaarders die luisterden naar de namen Jan, Pier, Tjoris en Corneel. 
 
Het nummer van de groep Fungus stond in 1974 drie weken in de top veertig. Hoogste notering was de 29e plaats. 
 
De tekst ging over de voorwaarden waaraan piraten moesten voldoen om te mogen aanmonsteren op kaperschepen. 
De voornaamste eis was, dat de mannen baarden droegen. 
De tekst ging immers als volgt:
 
Al die willen te kaap’ren varen
Moeten mannen met baarden zijn
Jan, Pier, Tjoris en Corneel
Die hebben baarden, die hebben baarden
Jan, Piet, Tjoris en Corneel
Die hebben baarden, zij varen mee.
 
Het opzwepende volkslied stond onlangs weer even in de schijnwerpers, omdat op een muzikaal forum op internet de vraag werd opgeworpen, waarom de piraten eigenlijk baarden moesten dragen. Spierbundels zijn veel geschikter, zou je denken. 
 
Een deelnemer beweerde bij hoog en bij laag dat ‘baarden’ een woordgrapje is, dat verwijst naar het roverstuig uit ‘Barbarije’ (Noord-Afrika). Onzin natuurlijk, want Barbarije en baarden zijn in taalkundig opzicht vreemden van elkaar. Baard is een Oudgermaans woord, Barbarije is gewoon het land van de Berbers. Appels en peren dus. 
 
Discussies rondom dit lied zijn er, vreemd genoeg, altijd in overvloed geweest. Ze gingen vooral over de eerste regel: ‘Al die willen te kaap’ren varen’, en meer specifiek over het woord ‘kaperen’. Wat spookten bedwingers van knobbelige zeetjes als Jan, Piet, Tjoris en Corneel nou eigenlijk uit als ze gingen ‘kaperen’? 
 
Sommige onderzoekers menen, dat met kaperen bedoeld wordt het omzeilen van een kaap. Je moest dus een zware baard dragen om Kaap de Goede Hoop te durven ronden. Dacht men.  
 
Er is ook een andere verklaring in omloop. Die verwijst naar de walvisvaart en dan vooral naar de ‘typenamen’ noordkaper en zuidkaper, die door de Nederlanders werden bejaagd. Een indicatie daarvoor is ook dat in het lied de volgende passage voorkomt: ‘Al die met ons de walrus kelen’. Kat in ’t bakkie, zou je denken. Maar nee. 
 
De meest waarschijnlijke betekenis van kaperen is toch ‘kaapvaart bedrijven’. Temeer ook omdat ons woord ‘kaperen’ door andere talen is overgenomen in dezelfde betekenis. Dat bewijst wel iets. 
De Duitsers gebruiken nog altijd ‘kapern’, de Engelsen annexeerden ‘to caper’, maar die betekenis is intussen in onbruik geraakt. 
 
Dat kapen hoeft overigens niet per se om Michiel de Ruyter of Piet Hein te draaien. Immers, de Duinkerker kapers waren veel beruchter en ze deden Nederland in opdracht van de Spanjaarden in de Tachtigjarige Oorlog veel pijn. 
 
Veel Vlamingen ‘werkten’ in dat kaperskorps. Het zeemanslied van Jan, Pier, Tjoris en Corneel werd in de 19e eeuw in Vlaanderen geschreven (door Emmanuel Hiel). Best mogelijk dus, dat het Vlamingen beschreef die destijds létterlijk tegen de Nederlanders uitvoeren. En die achterbaksheid beloonden wij in 1974 alsnog met een plaats in de top 40…
 
Het lied leverde overigens ook nog een leuke mondegreen op. Sommige mensen verstonden de namen van de zeelieden als ‘Jan, Clitoris en Corneel’. Nogal tegenstrijdig, want wie een clitoris heeft, heeft doorgaans geen baard….
 

Ingezonden door Tjapko Kuipers. 
(Met toestemming van de bron, De Telegraaf)
 
 
 
 



Tags:
Category: Columns